🇬🇧

Poepen

Auxiliary verb

hebben

regelmatig (zwak); intransitief; hulpwerkwoord 'hebben'

Informeel basiswoord voor ontlasting maken; kan in zinsbouw soms grof aanvoelen, dus in formele context kies je 'naar het toilet gaan' of 'zijn behoefte doen'.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

Verleden tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • hij, zij / ze, het

Gebiedende wijs

Examples

  • Ik moet even poepen, ik ben zo terug.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • De hond heeft op het terras gepoept.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Ga jij eerst even poepen voor we de deur uit gaan?

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Poep maar lekker op het potje, schat.

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.