Poepen
Auxiliary verb
hebben
regelmatig (zwak); intransitief; hulpwerkwoord 'hebben'
Informeel basiswoord voor ontlasting maken; kan in zinsbouw soms grof aanvoelen, dus in formele context kies je 'naar het toilet gaan' of 'zijn behoefte doen'.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
Verleden tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
hij, zij / ze, het
Gebiedende wijs
Examples
Ik moet even poepen, ik ben zo terug.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
De hond heeft op het terras gepoept.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Ga jij eerst even poepen voor we de deur uit gaan?
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Poep maar lekker op het potje, schat.
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.