(een hoge post bekleden)
Zij heeft een belangrijke post bij het ministerie.
Hij solliciteert naar de post van directeur.
Ze kreeg een hogere post binnen het bedrijf.
De post van ambassadeur is nog vacant.
(op zijn post staan)
De soldaat stond de hele nacht op zijn post.
Iedereen moet op zijn post blijven tijdens de oefening.
De bewaker verliet zijn post niet.
Ga terug naar je post!
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.