NEDERLANDS
🇬🇧

Prikken

VerbA2

Auxiliary verb

hebben

regelmatig werkwoord

'Prikken' kan zowel letterlijk (een gaatje maken) als figuurlijk (een lichte pijn voelen) gebruikt worden.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

Examples

  • Ik prik de ballon met een naald.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Heb je je vinger geprikt?

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Prik voorzichtig, anders gaat het mis!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • Het is beter dat je niet in je arm prikt.

    tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.