(bij het praten over het koningshuis of een sprookje)
De prins kwam samen met zijn vrouw naar het feest.
In het sprookje redt een dappere prins de prinses uit de toren.
De prins woont in een groot paleis naast zijn ouders.
Morgen zal de jonge prins een officieel bezoek brengen aan het ziekenhuis.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(tijdens carnaval in het zuiden van Nederland en België)
Dit jaar is mijn oom gekozen tot prins carnaval van ons dorp.
De prins en zijn gevolg openden de optocht op maandagochtend.
De prins hield een grappige toespraak op het podium.
(als koosnaampje of compliment in de liefde)
Kom maar bij mama, mijn kleine prins.
Ze wacht nog altijd op haar prins op het witte paard.
Slaap lekker, mijn lieve prins.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.