(koninklijk huis en sprookjes)
De prinses zwaaide vanaf het balkon naar het publiek.
In het sprookje trouwt de prins met een mooie prinses.
De prinses woont in een groot kasteel bij de zee.
Toen de prinses zeventien werd, gaf de koning een groot feest.
De prinses heeft een officieel bezoek gebracht aan het ziekenhuis.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(aanspreekvorm tegen een kind of partner)
Slaap lekker, mijn kleine prinses.
Kom maar hier, prinses, dan krijg je een knuffel.
Kom, prinses, we gaan naar oma.
(iemand die zich te goed voelt voor gewoon werk)
Ze gedraagt zich als een prinses en wil nooit helpen met afwassen.
Doe niet zo'n prinses, je kunt best zelf je bed opmaken.
Hij noemt haar een prinses omdat ze nooit de vaatwasser inruimt.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.