Auxiliary verb
hebben
overgankelijk werkwoord
Het werkwoord 'rammen' kan zowel letterlijk (iets met kracht raken) als figuurlijk (bijvoorbeeld 'een auto ramt een muur') gebruikt worden.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u, wij / we, jullie
hij, zij / ze, het
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
Examples
Ik ram de spijker in de muur.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hij heeft de bal door het raam geramd.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Ram die spijker er snel in!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
De vrachtwagen ramde tegen de geparkeerde auto.
verleden tijd, aantonende wijs
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.