🇬🇧

Recht

Attributive forms

Als je 'recht' vóór een zelfstandig naamwoord gebruikt, zeg je meestal 'rechte'. Bijvoorbeeld: 'de rechte weg', 'een rechte lijn'. Bij onzijdige woorden zonder lidwoord gebruik je 'recht': 'recht haar'.

With definite article
With indefinite article
Without article

Predicative form

Na werkwoorden zoals 'zijn', 'worden' of 'blijven' gebruik je altijd 'recht'. Bijvoorbeeld: 'De tafel is recht', 'De boom wordt recht'.

Comparative

Om te zeggen dat iets rechter is dan iets anders, gebruik je 'rechter'. Bijvoorbeeld: 'Deze lijn is rechter dan die lijn'. Let op: in attributieve positie (voor een zelfstandig naamwoord) gebruik je vaak alleen 'rechter' zonder '-e': 'de rechter lijn'.

Base form
With "dan"

Superlative

Voor de overtreffende trap gebruik je 'rechtst' als het bijvoeglijk naamwoord achter het zelfstandig naamwoord staat (predicatief): 'Dit is het rechtst'. Als het voor het zelfstandig naamwoord staat (attributief), gebruik je 'rechtste': 'de rechtste lijn'.

Attributive
Predicative

Important notes

  • irregular:Het bijvoeglijk naamwoord 'recht' heeft een onregelmatige vergrotende trap: 'rechter' in plaats van 'rechtere' in attributieve positie (bijv. 'de rechter lijn').
  • usage:'Recht' kan ook als bijwoord gebruikt worden, bijvoorbeeld: 'Hij loopt recht naar huis.'

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.