Regelen
Auxiliary verb
hebben
zwak werkwoord
Het werkwoord 'regelen' betekent het organiseren of in orde maken van iets. Het wordt vaak gebruikt in contexten waarin planning of coördinatie nodig is.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Examples
Ik regel altijd mijn eigen reizen.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Heb je al geregeld wat we nodig hebben voor het feest?
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Zij regelde vorig jaar een groot evenement.
verleden tijd, aantonende wijs
Regel jij de drankjes voor vanavond?
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.