(wiskunde en rekenen op school)
Mijn zoon leert op school rekenen met breuken.
Ik kan niet zo snel rekenen zonder rekenmachine.
Ik kan goed rekenen.
Zij rekende snel de som uit.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(vertrouwen of hulp verwachten)
Je kunt altijd op mij rekenen als je hulp nodig hebt.
We rekenden erop dat het zou regenen, maar het bleef droog.
Reken maar dat hij komt!
Ik heb op je gerekend, maar je kwam niet.
(prijzen en kosten in winkels of bedrijven)
De garage rekent vijftig euro per uur voor reparaties.
Hoeveel reken je voor een taxirit naar het vliegveld?
De boekhouder rekent alle kosten door aan de klant.
(indelen of categoriseren)
Ik reken haar tot mijn beste vrienden.
Wordt België ook tot West-Europa gerekend?
Deze stad wordt tot de mooiste van Europa gerekend.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.