NEDERLANDS
🇬🇧

Rekenen

VerbA2

Auxiliary verb

hebben

regelmatig werkwoord

Het werkwoord 'rekenen' betekent meestal 'berekenen' of 'ertoe doen'. Het kan ook betekenen dat je op iemand of iets vertrouwt (bijv. 'op iemand rekenen').

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u, wij / we, jullie

  • hij, zij / ze, het

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

Examples

  • Ik reken de kosten van de vakantie uit.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Heb je al gerekend hoeveel je moet betalen?

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Rekenend op goed weer, namen we geen paraplu mee.

    tegenwoordig deelwoord, deelwoord

  • Reken op mij als je hulp nodig hebt.

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.