🇬🇧

Rennen

Auxiliary verb

hebben, zijn

onovergankelijk werkwoord (intransitive verb)

Het werkwoord 'rennen' betekent snel bewegen op voeten, vaak in de context van sport of haast. Het kan zowel letterlijk als figuurlijk gebruikt worden.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie

  • zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Examples

  • Ik ren elke dag om fit te blijven.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Hij rende gisteren een marathon.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • We hebben de hele dag door de stad gerend.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Ren niet zo hard, je valt nog!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.