Rennen
Auxiliary verb
hebben, zijn
onovergankelijk werkwoord (intransitive verb)
Het werkwoord 'rennen' betekent snel bewegen op voeten, vaak in de context van sport of haast. Het kan zowel letterlijk als figuurlijk gebruikt worden.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie
zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Examples
Ik ren elke dag om fit te blijven.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hij rende gisteren een marathon.
verleden tijd, aantonende wijs
We hebben de hele dag door de stad gerend.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Ren niet zo hard, je valt nog!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.