🇬🇧

Richten

Auxiliary verb

hebben

overgankelijk werkwoord (kan een lijdend voorwerp hebben)

Het werkwoord 'richten' kan zowel letterlijk (fysiek richten, zoals een camera) als figuurlijk (aandacht of inspanningen richten) gebruikt worden.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Examples

  • Ik richt mijn camera op het mooie gebouw.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Hij heeft zijn studie op geneeskunde gericht.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Richt je op je taken en niet op afleidingen!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • Zij richtte haar pijlen op de nieuwe strategie.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • Men hoopt dat hij zijn inspanningen op het juiste richte.

    tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.