Richten
Auxiliary verb
hebben
overgankelijk werkwoord (kan een lijdend voorwerp hebben)
Het werkwoord 'richten' kan zowel letterlijk (fysiek richten, zoals een camera) als figuurlijk (aandacht of inspanningen richten) gebruikt worden.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Examples
Ik richt mijn camera op het mooie gebouw.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hij heeft zijn studie op geneeskunde gericht.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Richt je op je taken en niet op afleidingen!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Zij richtte haar pijlen op de nieuwe strategie.
verleden tijd, aantonende wijs
Men hoopt dat hij zijn inspanningen op het juiste richte.
tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.