(Beschrijven waar je heen gaat of waar iets naartoe wijst.)
We lopen in de richting van het station.
De pijl wijst de juiste richting aan.
Welke richting moet ik op?
Er zijn vier richtingen: noord, oost, zuid en west.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(Praten over loopbaan, studiekeuze of levenskeuzes.)
Welke richting ga je op de universiteit studeren?
Zij zoekt een nieuwe richting in haar carrière.
Het bedrijf slaat een nieuwe richting in.
(Discussiëren over ideeën, partijen of kunststromingen.)
Binnen de partij bestaan meerdere richtingen.
Deze schilder hoort bij een moderne richting in de kunst.
Binnen het christendom bestaan verschillende richtingen.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.