(Kleding aantrekken of aanpassen.)
Ik heb een leren riem om mijn middel.
Zijn broek zakte af, dus hij maakte zijn riem strakker.
Hij kocht een nieuwe riem in de winkel.
Ik heb mijn riem thuis laten liggen.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(Met de hond uitlaten.)
De hond moet in het park aan de riem.
Ze hield haar puppy stevig aan een korte riem.
Vergeet niet de riem van de hond mee te nemen.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.