Attributive forms
Als je 'rijp' vóór een zelfstandig naamwoord zet, gebruik je meestal 'rijpe'. Bijvoorbeeld: 'de rijpe tomaat' of 'een rijpe peer'. Alleen als het zelfstandig naamwoord onzijdig is en geen lidwoord heeft, gebruik je 'rijp': 'rijp fruit'.
- With definite article
- With indefinite article
- Without article
Predicative form
Na werkwoorden zoals 'zijn', 'worden' of 'blijven' gebruik je altijd 'rijp'. Bijvoorbeeld: 'De banaan is rijp' of 'De appels worden rijp'. Je zet het woord dan niet vóór het zelfstandig naamwoord.
Comparative
Om te zeggen dat iets meer rijp is dan iets anders, gebruik je 'rijper'. Bijvoorbeeld: 'Deze druiven zijn rijper dan die'. Je kunt ook 'rijper dan' gebruiken om twee dingen te vergelijken: 'Deze mango is rijper dan die appel'.
- Base form
- With "dan"
Superlative
Als je wilt zeggen dat iets het meest rijp is, gebruik je 'rijpst' of 'rijpste'. Na 'het' of 'de' gebruik je 'rijpste': 'de rijpste vrucht'. Na 'het' in zinnen zoals 'het rijpst zijn' gebruik je 'rijpst': 'Deze aardbei is het rijpst'.
- Attributive
- Predicative
Important notes
- usage:'Rijp' gebruik je vooral voor fruit, groenten of gewassen die klaar zijn om geoogst of gegeten te worden. Je kunt het ook figuurlijk gebruiken, bijvoorbeeld voor plannen: 'Het plan is rijp voor uitvoering.'
- spelling:Let op: in de stellende trap schrijf je 'rijp' zonder -e als het zelfstandig gebruikt wordt (bijv. 'De vrucht is rijp'). Met een zelfstandig naamwoord gebruik je 'rijpe' (bijv. 'de rijpe vrucht').
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.