NEDERLANDS
🇬🇧

Rijpen

VerbA2

Auxiliary verb

zijn of hebben

onovergankelijk werkwoord

Het werkwoord 'rijpen' kan zowel letterlijk (bijv. vruchten) als figuurlijk (bijv. persoonlijke groei) gebruikt worden.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

Verleden tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Examples

  • De peren rijpen in september.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Hij is gerijpt door zijn ervaringen in het buitenland.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Rijp eerst voordat je antwoord geeft.

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • De rijpende aardbeien zijn bijna klaar om geplukt te worden.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.