Attributive forms
Als je 'saai' vóór een zelfstandig naamwoord gebruikt, verandert het vaak in 'saaie'. Bijvoorbeeld: 'een saaie dag' of 'de saaie film'. Als het zelfstandig naamwoord onzijdig is en geen lidwoord heeft, gebruik je soms 'saai', zoals in 'saai werk'.
- With definite article
- With indefinite article
- Without article
Predicative form
Na werkwoorden zoals 'zijn', 'worden' of 'blijven' gebruik je altijd 'saai'. Bijvoorbeeld: 'De les was saai' of 'Het wordt saai'.
Comparative
Om te zeggen dat iets saaier is dan iets anders, gebruik je 'saaier'. Bijvoorbeeld: 'Dit spel is saaier dan dat spel'. Je kunt ook 'saaier dan' gebruiken om een vergelijking te maken.
- Base form
- With "dan"
Superlative
Om te zeggen dat iets het saaiste is, gebruik je 'saaist' na 'het' (bijvoorbeeld: 'het saaist') en 'saaiste' voor een zelfstandig naamwoord (bijvoorbeeld: 'de saaiste film').
- Attributive
- Predicative
Important notes
- spelling:Bij de overtreffende trap wordt 'saaist' gebruikt na 'het' en 'saaiste' voor zelfstandige naamwoorden.
- usage:'Saai' kan ook informeel gebruikt worden om aan te geven dat iets vervelend of niet interessant is, bijvoorbeeld: 'Wat saai!'
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.