NEDERLANDS
🇬🇧

Samenleven

VerbA2

Auxiliary verb

hebben

onovergankelijk, scheidbaar samengesteld werkwoord

Het werkwoord 'samenleven' benadrukt het harmonisch of gezamenlijk bestaan van mensen, dieren of groepen, vaak in dezelfde ruimte of gemeenschap.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Examples

  • Mijn ouders leven al dertig jaar samen.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Vroeger leefden we samen in een klein appartement.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • Hebben jullie ooit samengeleefd met huisdieren?

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Leef samen met respect voor elkaars cultuur.

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.