Auxiliary verb
hebben
onovergankelijk, scheidbaar samengesteld werkwoord
Het werkwoord 'samenleven' benadrukt het harmonisch of gezamenlijk bestaan van mensen, dieren of groepen, vaak in dezelfde ruimte of gemeenschap.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Examples
Mijn ouders leven al dertig jaar samen.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Vroeger leefden we samen in een klein appartement.
verleden tijd, aantonende wijs
Hebben jullie ooit samengeleefd met huisdieren?
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Leef samen met respect voor elkaars cultuur.
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.