Auxiliary verb
hebben
onregelmatig werkwoord, sterk werkwoord (klankverandering in de verleden tijd: ie → oo)
'Schieten' kan zowel letterlijk (met een wapen) als figuurlijk (bijvoorbeeld 'schieten in de lach') gebruikt worden. Let op de context om de betekenis te begrijpen.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Examples
Ik **schiet** elke zaterdag op de schietbaan.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hij **schoot** gisteren per ongeluk op het verkeerde doel.
verleden tijd, aantonende wijs
Wij hebben tijdens de wedstrijd allemaal **geschoten**.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
**Schiet** nu op, anders komen we te laat!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
De **schietende** politieagent probeerde de situatie onder controle te krijgen.
tegenwoordig deelwoord, bijvoeglijk gebruik
Men hoopt dat hij voorzichtig **schiete**.
tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.