NEDERLANDS
🇬🇧

Schijnen

VerbA1

Auxiliary verb

hebben

onovergankelijk werkwoord, kan zowel letterlijk (licht geven) als figuurlijk (lijken) gebruikt worden

Het werkwoord 'schijnen' kan zowel een fysieke handeling (licht uitstralen) als een subjectieve indruk (lijken) uitdrukken.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Examples

  • De maan schijnt helder vannacht.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Het schijnt dat hij gisteren ziek was.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • De zon scheen de hele dag.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • Ze hebben de hele vakantie in de schijnende zon gezeten.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Schijn eens met je lamp hier!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.