(Praten over het rooster of de week op school)
Een gewone schooldag duurt van half negen tot drie uur.
Op woensdag hebben de kinderen een kortere schooldag.
De schooldag begint om kwart over acht.
Volgende week zijn er geen schooldagen, want het is vakantie.
(Vertellen hoe het op school was)
Hoe was je schooldag vandaag, lieverd?
Na een lange schooldag wil ik alleen nog op de bank ploffen.
Ze vertelde enthousiast over haar eerste schooldag op de middelbare school.
Na een drukke schooldag zijn de kinderen meestal hondsmoe.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.