NEDERLANDS
🇬🇧

Schoonmaken

VerbA1

Auxiliary verb

hebben

regelmatig werkwoord (zwak werkwoord)

Het werkwoord 'schoonmaken' betekent het verwijderen van vuil of rommel om iets schoon te maken. Het wordt vaak gebruikt in huishoudelijke contexten.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

  • ik

  • jij / je, u, hij, zij / ze, het

Gebiedende wijs

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Examples

  • Ik maak mijn kamer elke week schoon.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Heb je de keuken al schoongemaakt?

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Maak de tafel schoon voordat je gaat eten!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • Zij maakte gisteren de badkamer schoon.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • Het is belangrijk dat je je handen schoonmaakt.

    tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.