(een kind of huisdier zit bij iemand)
Het kindje zit op de schoot van zijn moeder een boekje te lezen.
Ze legde haar laptop op schoot en begon te typen.
Kom maar even bij opa op schoot zitten.
De poes lag lekker te slapen op mijn schoot.
Tijdens de vergadering had ze haar notitieboek op schoot liggen.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(thuiskomen bij dierbaren)
Na jaren in het buitenland keerde hij terug in de schoot van zijn familie.
Het meisje groeide op in de schoot van een warm gezin.
Hij voelde zich eindelijk weer thuis in de schoot van zijn oude vrienden.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.