NEDERLANDS
🇬🇧

Schoppen

VerbA2

Auxiliary verb

hebben

regelmatig werkwoord (zwak werkwoord)

'Schoppen' kan zowel letterlijk (een bal trappen) als figuurlijk (iemand pijn doen of irriteren) gebruikt worden. In figuurlijke zin is het vaak informeel of negatief.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

Examples

  • Ik **schop** de bal elke dag in het park.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Gisteren **schopte** hij de bal door het raam.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • Heb je de bal al **geschopt**?

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • **Schop** die bal hierheen!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • Als hij de bal **schoppe**, zou hij scoren.

    tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.