Ski
deCommon NounSingular Forms
💡'Ski' betekent een plank die je gebruikt om te skiën.
- Definite (de/het)
- de ski
- "De ski is belangrijk voor wintersport."
- Indefinite (een)
- een ski
- "Een ski moet goed zijn om te kunnen skiën."
- Without Article
- ski
- "In de sneeuw ligt een ski."
Plural Forms
💡De meervoudsvorm 'ski's' wordt vaak gebruikt wanneer je over meerdere ski's hebt.
- Definite (de)
- de ski's
- "De ski's zijn nieuw en snel."
- Without Article
- ski's
- "Er liggen ski's in de schuur."
Diminutive Form
Diminutief wordt zelden gebruikt, 'skitje' kan voor een klein ski-object verwijzen.
informeel
Common Compounds
skiën
"Ik ga skiën in de bergen."
de activiteit van skiën
skiklas
"Hij volgt een skiklas in Oostenrijk."
een les in skiën
Common Word Combinations
op ski's staan
"Hij staat al jaren op ski's."
Dit betekent dat iemand kan skiën.
ski-pak
"Zij draagt een nieuw ski-pak."
Een outfit speciaal voor skiën.
Important Notes
- countability:Het woord 'ski' is telbaar, je kunt er één of meer van hebben.
- register:Meestal gebruikt in informele gesprekken over wintersport.
- irregular:Meervoudsvorm met apostrof 'ski's' in plaats van 'skiën'.