NEDERLANDS
🇬🇧

Sleutel

deCommon nounA2

Singular forms

'Sleutel' is een zelfstandig naamwoord dat meestal gebruikt wordt om een enkel object aan te duiden dat dient om iets te openen of af te sluiten. Het is een concreet en telbaar zelfstandig naamwoord.

Definite (de/het)
Indefinite (een)
Without article

Plural forms

De meervoudsvorm van 'sleutel' is 'sleutels'. Deze vorm gebruik je als je het over meerdere sleutels hebt.

Definite (de)
Without article

Diminutive form

Gebruikt om iets schattigs, kleins of minder belangrijk aan te duiden. Vaak informeel en vriendelijk.

informeel

Common compounds

  • huissleutel

    sleutel van een huis

  • autosleutel

    sleutel van een auto

  • sleutelbos

    een bos (set) sleutels bij elkaar

  • sleutelwoord

    belangrijk woord in een tekst of gesprek

  • sleutelpositie

    een belangrijke positie of rol

Common word combinations

  • verliezen

    Vaak gebruikt om aan te geven dat iemand zijn sleutel kwijt is.

  • vinden

    Vaak gebruikt om te vragen of iemand een sleutel heeft gezien.

  • afsluiten

    Gebruikt om aan te geven dat iets (bijv. een deur) op slot moet.

  • duplicaat

    Een kopie van een sleutel.

  • rammelen

    Geluid dat sleutels maken als ze bewegen.

Important notes

  • usage:In figuurlijke zin kan 'sleutel' ook 'oplossing' of 'belangrijk element' betekenen, zoals in 'De sleutel tot succes is hard werken'.
  • countability:'Sleutel' is een telbaar zelfstandig naamwoord. Je kunt dus zeggen 'één sleutel', 'twee sleutels', enzovoort.
  • irregular:De meervoudsvorm 'sleutels' is regelmatig, maar let op de uitspraak: de 't' wordt uitgesproken als een 's' in het meervoud.

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.