NEDERLANDS
🇬🇧

Smokkelen

VerbA2

Auxiliary verb

hebben

zwak werkwoord (regelmatig)

Dit werkwoord wordt vaak gebruikt in de context van illegale activiteiten, zoals het illegaal vervoeren van goederen of mensen.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Examples

  • Ik smokkel nooit iets illegaals.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Hij heeft gisteren een pakketje gesmokkeld.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Smokkel geen drugs!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • Als hij zou smokkelen, zou hij grote problemen krijgen.

    onvoltooid verleden toekomende tijd, voorwaardelijke wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.