(weer en winter)
Er ligt een dikke laag sneeuw op het dak.
De kinderen spelen de hele middag in de sneeuw.
De eerste sneeuw valt vaak pas in december.
Pas op, de sneeuw is glad onder je schoenen.
Gisteren lag er tien centimeter sneeuw in onze tuin.
We hebben de hele ochtend sneeuw geschept op de stoep.
De bergtoppen zijn bedekt met een glinsterende laag poedersneeuw.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(oudere televisies en slechte ontvangst)
Vroeger kreeg je sneeuw op de tv als de antenne los zat.
Het kanaal gaf alleen maar sneeuw, we zagen niets.
Er zat alleen maar sneeuw op het scherm, dus we hebben de tv uitgezet.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.