Snorren

Verb
1
Complex
Compound
Simple
Present Tense
Future Tense
Past Tense
Declarative
Interrogative
Imperative
Context & Scenario
Simple
Complex
Compound
Present Tense
Past Tense
Future Tense
Declarative
Interrogative
Imperative
Context & Scenario
Context & Scenario
Synonym
Context & Scenario
Related Word
Idiomatic
Druk treinstation met een krachtige trein die stoom uitblaast onder een bewolkte lucht in de stijl van Jacob van Ruisdael.
Druk treinstation in de stijl van Jacob van Ruisdael
Druk treinstation met een krachtige trein die stoom uitblaast onder een bewolkte lucht in de stijl van Jacob van Ruisdael.
2
Compound
Future Tense
Imperative
Context & Scenario
Idiomatic
Simple
Present Tense
Declarative
Context & Scenario
Synonym
Complex
Past Tense
Interrogative
Context & Scenario
Related Word
Compound
Future Tense
Interrogative
Context & Scenario
Related Word
Simple
Present Tense
Declarative
Context & Scenario
Synonym
Complex
Past Tense
Imperative
Context & Scenario
Idiomatic
Een rustige schilderachtige landschapsweergave van een eend die over een kalm, reflecterend meer glijdt.
Rustig landschap met eend op een reflecterend meer
Een rustige schilderachtige landschapsweergave van een eend die over een kalm, reflecterend meer glijdt.
3
Simple
Compound
Complex
Present Tense
Past Tense
Future Tense
Declarative
Imperative
Interrogative
Context & Scenario
Context & Scenario
Context & Scenario
Idiomatic
Synonym
Interrogative
Related Word
Compound
Past Tense
Imperative
Context & Scenario
Related Word
Simple
Future Tense
Interrogative
Context & Scenario
Idiomatic
Complex
Present Tense
Declarative
Context & Scenario
Synonym
Een gezellig moderne woonkamer met een blije hond die op de vloer ligt te snurken.
Moderne Retro-futuristische Woonkamer met Hond
Een gezellig moderne woonkamer met een blije hond die op de vloer ligt te snurken.