Attributive forms
Als je 'spits' voor een zelfstandig naamwoord gebruikt, zeg je 'spitse'. Bijvoorbeeld: 'de spitse toren' of 'een spitse neus'. Als het zelfstandig naamwoord geen lidwoord heeft, gebruik je soms 'spits', zoals in 'spits toelopend'.
- With definite article
- With indefinite article
- Without article
Predicative form
Na werkwoorden zoals 'zijn' of 'worden' gebruik je altijd 'spits'. Bijvoorbeeld: 'De punt is spits' of 'Het potlood wordt spits'.
Comparative
Om te zeggen dat iets spitser is dan iets anders, gebruik je 'spitser'. Bijvoorbeeld: 'Dit potlood is spitser dan dat potlood'. Je kunt ook 'spitser dan' gebruiken om een vergelijking te maken.
- Base form
- With "dan"
Superlative
Voor het spitsste gebruik je 'spitste' als het voor een zelfstandig naamwoord staat, zoals in 'de spitste toren'. Als het na 'zijn' of 'worden' komt, gebruik je 'spitst', zoals in 'Dit potlood is het spitst'.
- Attributive
- Predicative
Important notes
- spelling:In de overtreffende trap schrijf je 'spitst' met een 't' aan het eind, ook al eindigt het woord in de stellende trap op een 's'.
- usage:'Spits' gebruik je vaak voor dingen die een scherpe punt hebben, zoals een toren, een neus of een potlood.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.