(Praten over fit blijven en trainen)
Ik ga drie keer per week naar de sportschool.
De nieuwe sportschool in onze wijk heeft een groot zwembad.
Ik ga vanavond naar de sportschool.
We trainen samen in de sportschool om de hoek.
Vroeger ging ik elke ochtend naar de sportschool voor mijn werk.
Ik ben gisteren twee uur in de sportschool geweest.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(Lidmaatschap en abonnementen)
Mijn abonnement bij de sportschool kost veertig euro per maand.
Veel sportscholen bieden een gratis proefles aan voor nieuwe leden.
De sportschool heeft een nieuw lidmaatschap zonder opzegtermijn.
Sinds er meer sportscholen in de stad zijn gekomen, zijn de prijzen gedaald.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.