Auxiliary verb
hebben
regelmatig werkwoord
Het werkwoord 'steigeren' betekent meestal 'verhogen' of 'doen toenemen', vaak in de context van productie, kwaliteit, of kwantiteit.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Examples
De leraar wil dat de leerlingen hun inspanningen steigeren.
tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs
Zij heeft haar vaardigheden gesteigerd door een cursus te volgen.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Steiger je productiviteit door efficiënter te werken!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
De steigerende prijzen maken het moeilijk om een huis te kopen.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.