(kinderen of huisdieren die samen spelen)
De kinderen stoeien met de hond in de tuin.
Mijn broertje en ik stoeiden vroeger altijd op de bank.
De puppy's stoeien vrolijk in het gras.
Gisteren stoeiden de jongens zo hard dat de lamp omviel.
De kinderen hebben de hele middag gestoeid in de speeltuin.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(werk, studie of een taak die niet meteen lukt)
Ik stoei al de hele ochtend met dit wiskundesom.
De regering stoeit nog met de nieuwe begroting.
Hij stoeit nog met de vraag of hij het aanbod zal accepteren.
We hebben lang gestoeid met de nieuwe planning voordat die klopte.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.