(iets lang en dun oppakken of gebruiken)
Hij pakte een stok van de grond om het vuur op te poken.
Met een lange stok duwde ze de bal uit de boom.
Die stok is te kort.
Ik heb de stok achter in de schuur gezet.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(steun zoeken tijdens het wandelen)
Sinds haar val loopt oma overal met een stok.
Zonder zijn stok komt hij niet zelf de trap op.
Mijn opa loopt tegenwoordig met een stok.
(vogels in een kooi)
De parkiet zit de hele dag op zijn stok te fluiten.
Onze kanarie springt van de ene stok op de andere.
Kijk, de vogel zit weer op z'n stok.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.