Auxiliary verb
hebben
regelmatig werkwoord (zwak werkwoord)
Het werkwoord 'straffen' wordt vaak gebruikt in contexten van autoriteit, zoals ouders, leraren, rechters of werkgevers die sancties opleggen voor ongewenst gedrag.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie
zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Examples
De leraar straft de leerling omdat hij spiekt tijdens de toets.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Vorig jaar strafte de rechter de man met een gevangenisstraf.
verleden tijd, aantonende wijs
Hij heeft zijn zoon gestraft door hem een week geen televisie te laten kijken.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Straf de hond niet, hij wist niet dat het niet mocht.
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Het is belangrijk dat de overheid criminelen streng straffe.
tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.