NEDERLANDS
🇬🇧

Straffen

VerbA2

Auxiliary verb

hebben

regelmatig werkwoord

Het werkwoord 'straffen' wordt vaak gebruikt in contexten van discipline, rechtspraak of opvoeding. Het kan zowel letterlijk (bijv. een boete geven) als figuurlijk (bijv. een strenge blik) worden gebruikt.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Examples

  • De rechter straft de crimineel met een boete.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • De ouders straften hun kind omdat het loog.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • Hij heeft zijn hond gestraft voor het vernielen van de bank.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Straf je broer niet te streng!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.