NEDERLANDS
🇬🇧

Strikken

VerbA2

Auxiliary verb

hebben

regelmatig werkwoord

Het werkwoord 'strikken' wordt vaak gebruikt in alledaagse contexten, zoals het vastmaken van veters, dassen of linten. Het kan zowel letterlijk als figuurlijk gebruikt worden (bijv. 'een deal strikken').

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Examples

  • Ik strik mijn veters altijd voordat ik ga sporten.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Hij strikte zijn das netjes voor het sollicitatiegesprek.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • Zij heeft haar haar in een paardenstaart gestrikt.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Strik je schoenen voordat je naar buiten gaat!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • Het is belangrijk dat je je veters strikke voordat je gaat rennen.

    tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.