(Iemand leest, werkt of speelt op een draagbaar apparaat met een scherm.)
Mijn opa leest het nieuws elke ochtend op zijn tablet.
Heb jij een tablet of werk je liever met een laptop?
De kinderen spelen graag spelletjes op de tablet.
Ik heb mijn tablet meegenomen om in de trein te lezen.
Op een tablet kun je makkelijk foto's bekijken en delen met familie.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.