NEDERLANDS
🇬🇧

Taxi

deCommon nounA1

Singular forms

'Taxi' is een zelfstandig naamwoord dat meestal in het enkelvoud wordt gebruikt als je het hebt over één auto. Het is een de-woord, dus je gebruikt 'de taxi'.

Definite (de/het)
Indefinite (een)
Without article

Plural forms

Het meervoud van 'taxi' is 'taxi's'. Je voegt dus gewoon een 's' toe aan het enkelvoud.

Definite (de)
Without article

Diminutive form

Het diminutief 'taxietje' wordt vaak gebruikt om een kleine of schattige taxi aan te duiden, of om vriendelijk en informeel over een taxi te praten.

informeel

Common compounds

  • taxichauffeur

    iemand die een taxi bestuurt

  • taxistandplaats

    een plek waar taxi's mogen staan om passagiers op te pikken

  • taxibedrijf

    een bedrijf dat taxi's en chauffeurs in dienst heeft

  • taxirit

    een rit met een taxi

Common word combinations

  • nemen

    'Een taxi nemen' betekent dat je een taxi gebruikt om ergens naartoe te gaan. Dit is een vaste uitdrukking.

  • bellen

    'Een taxi bellen' betekent dat je een taxi bestelt via de telefoon of een app.

  • betalen

    Dit verwijst naar het afrekenen van de ritprijs na een taxirit.

  • wachten op

    Dit betekent dat je op de plek blijft waar de taxi je komt ophalen.

Important notes

  • usage:'Taxi' is een countable noun, wat betekent dat je het zowel in het enkelvoud als in het meervoud kunt gebruiken. Je kunt bijvoorbeeld zeggen: 'Er staan drie taxi's voor het hotel.'
  • register:In formele contexten, zoals zakelijke gesprekken of officiële documenten, gebruik je meestal 'taxi'. In informele gesprekken kun je ook 'taxietje' gebruiken om vriendelijker over te komen.
  • countability:Je kunt 'taxi' tellen. Bijvoorbeeld: 'Ik heb twee taxi's besteld.' Het is dus niet gebruikelijk om 'taxi' als een oncountable noun te gebruiken.

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.