(op het werk of in een organisatie)
Ons team bestaat uit vijf collega's en we werken elke dag samen.
De manager heeft een nieuw team samengesteld voor dit project.
Ik werk in een klein team van drie personen.
Het team vergadert elke maandagochtend om negen uur.
Als team hebben we de afgelopen maanden veel bereikt, ondanks alle uitdagingen.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(in de sport, vooral bij wedstrijden)
Het team van Ajax heeft gisteren met 2-1 gewonnen.
Welk team wordt dit jaar kampioen?
Mijn favoriete team speelt zaterdag thuis.
Beide teams hebben hard gestreden, maar uiteindelijk won de tegenstander met een laat doelpunt.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.