(een tent opzetten op de camping)
Wij slapen deze zomer in een tent op een camping bij het meer.
Vlak voor de regen zette hij snel de tent op in de achtertuin.
De tent staat klaar op de camping.
Hij zet elke zomer dezelfde tent op in Frankrijk.
Wij hebben de tent op tijd afgebroken voordat de storm kwam.
Vroeger sliepen we vaak in een oude tent van mijn vader.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(een gezellige tent in het centrum)
Dat is een leuke tent, daar kun je echt lekker eten met vrienden.
Gisteravond dronken we koffie in een drukke tent in de binnenstad.
Ken jij nog een leuke tent hier in de buurt?
Die nieuwe tent op de hoek is altijd druk in het weekend.
(een feesttent op het plein)
Voor de bruiloft hadden ze een grote witte tent op het grasveld gezet.
In de tent op de markt werd iedereen verwelkomd met een kop warme soep.
De feesttent werd opgebouwd op het grote plein.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.