Infinitief Ik wilde weten hoe het zou aflopen, maar dat weet ik pas als ik daadwerkelijk terechtkom in die situatie.
Tegenwoordig deelwoord De studenten zijn druk bezig met het terechtkomend in hun nieuwe omgeving.
De terechtkomende ideeën van de leerlingen zijn waardevol voor het project.
Tegenwoordige tijd ik
Als ik niet oppas, kom ik terecht in problemen.
jij / je
Jij komt terecht op de juiste plek als je dit pad volgt.
u
Als u de aanwijzingen volgt, komt u terecht op het vliegveld.
hij
Hij komt terecht in de stad na de lange reis.
zij / ze
Zij komen altijd terecht waar ze moeten zijn.
het
Het komt allemaal terecht, maak je geen zorgen.
wij / we
Wij komen terecht in een nieuwe wereld als we deze deur openen.
jullie
Jullie komen terecht in de keuken, als je verder gaat.
Verleden tijd ik
Gisteren kwam ik terecht in een heel andere situatie.
jij / je
Jullie kwamen terecht bij het verkeerde huis.
u
U kwam terecht op mijn verjaardag, wat leuk was.
hij
Hij kwam terecht in de problemen na die beslissing.
zij / ze
Zij kwamen terecht op het juiste moment.
het
Het kwam allemaal terecht na een tijdje.
wij / we
Wij kwamen terecht bij de informatiebalie.
jullie
Jullie kwamen terecht bij het goede adres.
Voltooid deelwoord Ik ben uiteindelijk terechtgekomen in een beter leven.
Aanvoegende wijs ik
Ik hoop dat ik kome terecht in de beste situatie.
Dat je maar altijd terechtkome in het geluk.
Gebiedende wijs Kom terecht naar de les, we beginnen nu.
This dictionary is AI-generated — the only complete Dutch learner's dictionary of its kind. I'm currently updating to the latest AI models, so you may spot the occasional mistake. If something looks off, trust your instincts.