Het werkwoord 'terugdoen' betekent vaak iets teruggeven of een wederdienst bewijzen. Het kan zowel letterlijk (bijv. een voorwerp terugplaatsen) als figuurlijk (bijv. een gunst terugdoen) gebruikt worden.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
ik
jij / je
Verleden tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Examples
Ik doe altijd mijn best om vriendelijkheid terug te doen.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Heb je die boeken al teruggedaan in de bibliotheek?
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Doe dat geld onmiddellijk terug!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Zij deed gisteren de sleutels terug in mijn jaszak.
verleden tijd, aantonende wijs
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.