(Twee handelingen die gelijktijdig plaatsvinden beschrijven)
Ik luister naar muziek terwijl ik kook.
Terwijl het regende, zaten we lekker binnen.
Ze belde terwijl ik in de douche stond.
Terwijl de kinderen sliepen, hebben we de keuken opgeruimd.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(Een contrast of verschil tussen twee partijen benadrukken)
Hij houdt van koffie, terwijl zij liever thee drinkt.
Sommigen werken keihard, terwijl anderen niets doen.
Mijn broer woont in de stad, terwijl ik liever op het platteland leef.
De directeur kreeg een bonus, terwijl het personeel werd ontslagen.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.