Thuis
Base form
'Thuis' is een bijwoord dat een locatie aangeeft, namelijk de plek waar iemand woont. Het wordt vaak gebruikt om te zeggen waar iemand is of wat iemand doet in zijn eigen huis.
Positions in sentence
eind van de zin (eindpositie)
neutraal, geeft aan waar de handeling plaatsvindt
begin van de zin (vooropplaatsing)
benadrukt de locatie, vaak om contrast aan te geven
na het werkwoord (middenpositie)
standaardpositie, neutraal
Comparative
Het bijwoord 'thuis' heeft geen vergrotende of overtreffende trap, omdat het een absolute locatie aangeeft.
Superlative
Het bijwoord 'thuis' kan niet versterkt worden met een overtreffende trap.
Common combinations
with "zijn"
'Thuis' wordt vaak gebruikt met het werkwoord 'zijn' om aan te geven waar iemand zich bevindt.
with "werken"
'Thuis werken' is een veelvoorkomende uitdrukking, vooral in de context van thuiswerken of telewerken.
with "blijven"
'Thuis blijven' betekent dat je niet weggaat en op je eigen plek blijft.
with "voelen"
'Thuis voelen' drukt een gevoel van veiligheid of comfort uit in je eigen omgeving.
Similar words
huis
Het zelfstandig naamwoord 'huis' verwijst naar het gebouw zelf, terwijl 'thuis' verwijst naar de locatie of het gevoel van thuis zijn.
binnen
'Binnen' betekent in een gebouw of ruimte, maar niet specifiek je eigen huis. Het is minder persoonlijk dan 'thuis'.
Important notes
- usage:'Thuis' kan ook als zelfstandig naamwoord gebruikt worden in uitdrukkingen zoals 'zich thuis voelen' (zich op je gemak voelen).
- position:In zinnen met inversie (bijvoorbeeld na een bijwoordelijke bepaling aan het begin) komt 'thuis' vaak direct na het onderwerp: 'Vandaag werk ik thuis.'
- irregular:'Thuis' heeft geen meervoudsvorm en verandert niet van vorm in verschillende grammaticale contexten.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.