Auxiliary verb
zijn
onregelmatig werkwoord, scheidbaar samengesteld werkwoord
Het werkwoord 'thuiskomen' benadrukt het arriveren op de plek waar iemand woont of zich thuis voelt. Het kan zowel letterlijk als figuurlijk gebruikt worden.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
ik
jij / je
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
ik
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Examples
Ik kom elke dag om vijf uur thuis van mijn werk.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Gisteren kwam hij laat thuis omdat de trein vertraging had.
verleden tijd, aantonende wijs
Ben je al thuisgekomen?
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Kom thuis voordat het gaat regenen!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Het thuiskomende kind zwaaide naar zijn moeder.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.