Tochten
deVerbeen reis maken of rondreizen, meestal over een langere afstand
(iemand maakt tochten in de bergen)
Wij hebben verschillende tochten door de Alpen gemaakt.
Zij houden van het maken van tochten door de natuur.
- Complex
Als je een reis naar de bergen maakt, vergeet dan niet je camera mee te nemen.
- Past Tense
Zij reisden vorig jaar naar Spanje.
- Interrogative
Maak je ook een reis deze zomer?
- Context & Scenario
In de klas leren we over de verschillende soorten reizen die mensen maken.
- Related Word
Vorige zomer heb ik een rondreis door Nederland gemaakt.
- Simple
Ik maakte een reis naar Zwitserland.
- Future Tense
Volgend jaar zal ik naar de bergen reizen.
- Imperative
Maak een reis om nieuwe plaatsen te ontdekken!
- Context & Scenario
Tijdens een festival maken vrienden vaak samen een reis.
- Idiomatic
Tijdens een reis naar de bergen komt het er soms op aan om door te zetten.
- Compound
Ik wil een mooie reis maken, maar ik heb niet genoeg tijd.
- Present Tense
Hij reist vaak naar verschillende landen.
- Declarative
We maken een reis naar Italië.
- Context & Scenario
Tijdens de vakantie maken we vaak lange reizen.
- Synonym
Een synoniem voor reis is tocht.
een lange, langdurige activiteit, vaak met moeite
(iemand maakt een sportieve tocht)
We hebben een zware tocht door het moeras gemaakt.
De tocht naar de top van de berg was erg uitdagend.
- Compound
De tocht was lang, maar het uitzicht maakte het de moeite waard.
- Past Tense
Vorig jaar deden we mee aan een lange activiteit buiten.
- Imperative
Neem deel aan de activiteit en geniet van het avontuur!
- Simple
De hike in de bergen was een langdurige activiteit.
- Present Tense
Ik geniet van deze activiteit in de natuur.
- Declarative
Deze activiteit is geweldig om je conditie te verbeteren.
- Complex
Hoewel de activiteit zwaar was, voelden we ons fantastisch toen we de top bereikten.
- Future Tense
Volgend weekend zal ik deelnemen aan een uitdagende activiteit met vrienden.
- Interrogative
Wat is jouw favoriete activiteit in de natuur?
- Context & Scenario
Tijdens de activiteit kwamen we verschillende obstakels tegen.
een uitje dat met een bepaald doel wordt gemaakt
(iemand maakt een tocht voor het plezier)
We hebben een leuke tocht naar het strand gepland.
Hij organiseert tochten voor fotografie-enthousiastelingen.
- Compound
Wij hebben een uitje naar de bergen georganiseerd, maar het weer is niet goed.
- Past Tense
Gisteren hadden we een uitje naar een museum.
- Declarative
Dit uitje is echt een aanrader!
- Context & Scenario
In onze klas bespreken we vaak ideeën voor een uitje.
- Synonym
Een uitje is altijd leuk.
- Simple
Ik plan een uitje naar de dierentuin.
- Present Tense
Ze maken vaak uitjes naar leuke bestemmingen.
- Imperative
Plan een uitje voor deze zaterdag!
- Context & Scenario
Laten we samen een uitje regelen met onze vrienden.
- Related Word
De excursion naar het kasteel was een onvergetelijke ervaring.
- Complex
Het uitje, dat we in het weekend hebben gepland, is ideaal voor families.
- Future Tense
Volgende week zullen we een uitje naar het meer maken.
- Interrogative
Heb je een uitje gepland voor het weekend?
- Context & Scenario
Tijdens het uitje naar het festival heb ik veel nieuwe vrienden gemaakt.
- Idiomatic
Dat uitje was een schot in de roos!