(in de keuken of op het bord)
Ik doe altijd een tomaat in mijn salade.
De soep is gemaakt van verse tomaten.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.
De tomaat is rood en sappig.
De tomaat is rood, en hij smaakt heerlijk in salades.
De tomaat, die ik gisteren op de markt kocht, is perfect rijp.
Ik snijd een tomaat voor mijn broodje.
Gisteren gebruikte ik een tomaat in de pastasaus.
Morgen zal ik tomaten kopen voor de soep.
Deze tomaat komt uit eigen tuin.
Heb je een tomaat voor de salade?
Snijd de tomaat in kleine stukjes!
Ik eet elke dag een tomaat bij de lunch.
Tijdens de kookles leerden we hoe je een tomaat ontvelt.
Op het feest serveerden ze hapjes met tomaat en mozzarella.
De groenteboer noemt de tomaat ook wel een vrucht.
De tomatenplant in mijn tuin draagt veel vruchten.
Deze tomaat is zo zoet als honing!