NEDERLANDS
🇬🇧

Trappelen

VerbA2

Auxiliary verb

hebben

onovergankelijk werkwoord

Het werkwoord 'trappelen' wordt vaak gebruikt om fysieke beweging van de voeten uit te drukken, vaak uit emotie zoals ongeduld, opwinding of kou.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Examples

  • Ik trappel met mijn voeten om warm te blijven.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Zij heeft de hele tijd getrappeld omdat ze zenuwachtig was.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Trappel niet zo, je maakt de hond bang!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • Als hij trappele van enthousiasme, zou het project sneller afkomen.

    onvoltooid tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.