Trots
Attributive forms
Als je 'trots' voor een zelfstandig naamwoord zet, gebruik je 'trotse'. Bijvoorbeeld: 'de trotse winnaar' of 'een trotse glimlach'. Het verandert niet tussen 'de' en 'het' woorden.
- With definite article
- With indefinite article
- Without article
Predicative form
Na werkwoorden zoals 'zijn', 'worden' of 'blijven' gebruik je 'trots'. Bijvoorbeeld: 'Hij is trots' of 'Zij wordt trots'. Je zegt niet 'Hij is trotse'.
Comparative
Om te zeggen dat iemand meer trots is dan iemand anders, gebruik je 'trotser'. Bijvoorbeeld: 'Zij is trotser dan haar zus'. Je kunt ook 'trotser dan' gebruiken om een vergelijking te maken.
- Base form
- With "dan"
Superlative
Voor de overtreffende trap gebruik je 'trotste' als het voor een zelfstandig naamwoord staat: 'de trotste dag'. Als het na 'zijn' komt, gebruik je 'trotst': 'Hij is het trotst'. Maar let op: 'trotst' wordt niet vaak gebruikt, mensen zeggen liever 'het meest trots'.
- Attributive
- Predicative
Important notes
- irregular:De overtreffende trap 'trotst' wordt niet vaak gebruikt in de spreektaal. Vaak zeggen mensen 'het meest trots' in plaats van 'trotst'.
- usage:'Trots' wordt vaak gevolgd door 'op' als je wilt zeggen waar je trots op bent: 'Ik ben trots op mijn werk'.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.